Vruchtwisseling en landbouwvrijstelling: regels aangescherpt
In de praktijk wisselen landbouwers regelmatig grond uit om vruchtwisseling mogelijk te maken. Dat kan fiscale gevolgen hebben, vooral voor de toepassing van de landbouwvrijstelling. Sinds 15 november 2025 zijn de spelregels strenger geworden. De eerdere werkafspraak met de Belastingdienst uit 2014 is ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit met zwaardere voorwaarden. Hieronder leest u wat dit betekent en waar u rekening mee moet houden.
Wat houdt de landbouwvrijstelling in?
De landbouwvrijstelling is een regeling binnen de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Deze vrijstelling ziet op de winst die ontstaat door de waardestijging van landbouwgrond, voor zover die grond door u zelf wordt gebruikt binnen uw onderneming.
De vrijstelling geldt tot de waarde van de grond als landbouwgrond (de WEVAB).
Tijdelijk uit gebruik geven: risico voor de vrijstelling
Wanneer u een perceel tijdelijk laat gebruiken door een ander, geldt dat u de grond in die periode niet zelf exploiteert. In dat geval valt de waardestijging tijdens die periode in principe buiten de landbouwvrijstelling. Dat kan leiden tot een hogere belastingheffing bij verkoop van het perceel.
Er is echter een belangrijke uitzondering: als het tijdelijk uit gebruik geven onderdeel is van vruchtwisseling én aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan de vrijstelling alsnog behouden blijven.
Vruchtwisseling: waarom kan dit toch toegestaan zijn?
Vruchtwisseling is bedoeld om de bodemkwaliteit op peil te houden of te verbeteren. Door afwisseling in teelt kan de grond gezond blijven voor toekomstige gewassen binnen het eigen bedrijf. Denk aan het beperken van ziekten, plagen en onkruid, en het behouden van de bodemvruchtbaarheid.
Vanaf 15 november 2025 geldt dat de landbouwvrijstelling alleen in stand blijft als u aan alle onderstaande voorwaarden voldoet.
Nieuwe voorwaarden (vanaf 15 november 2025)
1. Schriftelijke overeenkomst
U moet vóór of uiterlijk op het moment van uitgifte een schriftelijke overeenkomst sluiten met de gebruiker. Denk aan een geliberaliseerde pachtovereenkomst of een teeltpachtovereenkomst.
2. Beperkte periode
Het uit gebruik geven mag maximaal één teelt beslaan. Wanneer een teelt van nature langer duurt dan één jaar, mag de periode langer zijn.
3. Bodemkundige onderbouwing
U moet kunnen aantonen dat de vruchtwisseling noodzakelijk is voor de bodemkwaliteit en gericht is op het behoud of de verbetering van uw eigen teeltmogelijkheden.
4. Zelfde soort gewas vóór en na
Na afloop moet u weer hetzelfde type gewas telen als vóór het tijdelijk uit gebruik geven.
5. Onmiddellijke terugname
Zodra de strikt noodzakelijke periode voorbij is, moet u het perceel direct weer zelf in gebruik nemen.
Niet aan alle voorwaarden voldaan?
Als u niet aan één of meer voorwaarden voldoet, geldt de landbouwvrijstelling niet voor de periode waarin een ander het perceel gebruikt.
Wanneer grond structureel (bijvoorbeeld jaarlijks) aan derden wordt gebruikt, vervalt de vrijstelling in de meeste gevallen. Alleen bij een specifieke uitzondering kan de vrijstelling dan nog standhouden.
Uitzonderingen: wanneer mag het afwijken?
(Bol)gewassen
Bij bepaalde (bol)gewassen is het niet altijd mogelijk om direct na één teelt opnieuw hetzelfde gewas te telen. In die gevallen mag tijdelijk worden afgeweken van voorwaarden 2, 4 en 5, zolang de afwijking niet langer duurt dan strikt noodzakelijk voor de eigen teelt.
Gronduitputtende gewassen
Wanneer u jaarlijks gewassen teelt die de bodem zwaar belasten, mag u na de noodzakelijke vruchtwisseling op dat perceel ook een ander, vergelijkbaar gewas telen. Het moet gaan om een gewas met dezelfde uitputtende eigenschappen.
Deze uitzondering geldt uitsluitend voor voorwaarde 4. De overige voorwaarden blijven onverkort van toepassing.
Overgangsregeling voor bestaande afspraken
Was er vóór 14 november 2025 al een overeenkomst gesloten voor vruchtwisseling? Dan blijven de oude regels nog gelden. Dit geldt tot het einde van die overeenkomst, maar uiterlijk tot 14 november 2027.
Praktische gevolgen en politieke aandacht
Het nieuwe beleid is duidelijk strenger dan de werkafspraak uit 2014. Tegelijk bestaan er in de praktijk nog veel vragen en onduidelijkheden. Hierdoor is er ook politieke aandacht ontstaan.
Op 28 november 2025 is de motie-Grinwis aangenomen. De regering onderzoekt daarin welke fiscale knelpunten er bestaan rond vruchtwisseling, zowel binnen de landbouwvrijstelling als binnen de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Eventuele aanpassingen worden later verwacht.
Advies
Wilt u grond tijdelijk uit gebruik geven voor vruchtwisseling? Zorg dan dat u:
- afspraken vooraf schriftelijk vastlegt,
- de duur beperkt tot wat bodemkundig noodzakelijk is,
- en de teeltplanning goed voorbereidt.
Zo vergroot u de kans dat de landbouwvrijstelling verdedigbaar blijft en voorkomt u onnodige fiscale risico’s.


